browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

Uitstapje naar Tikal

Posted by on March 23, 2019

Guatemala City, Februari 2006  Meestal waait de wind hier uit het noordoosten. Oceaanwind vanaf de golf van Mexico en Honduras. Wanneer die wind boven de beboste noordvlakte van Guatemala komt, zwaar van waterdamp en Cubaanse sigarenrook ontstaat er direct bewolking. Halverwege het land wordt dezelfde wind omhoog gestuwd door het hoogland waarop ook Guatemala City ligt (6000 voet). Nog meer wolken. Achter de stad wordt de lucht nog verder omhoog gestuwd door een keten vulkaangebergte. Wolken tegen de vulkaanhellingen. Pas als de lucht weer neerdaalt naar de zuidelijke laagvlakte rond San Jose is alle vocht uit de lucht verdwenen en is de hemel open. Deze zuidelijke laagvlakte is dan ook al klaar, en op een dag als vandaag, met  een sterke noordenwind kunnen we dus niet meer vliegen, ook al ligt een flink stuk van het land helemaal open. Gister ook al niet. Een welverdiende pauze in het drukke vliegwerk van de afgelopen weken.

Ik heb net een verkwikkende siesta achter de rug, het hotelbed bezaaid achtergelaten met ansichtkaarten, postzegels, een boek van Jan Siebelink (moohooi !) en de troosteloze overblijfselen van mijn kluizenaars roomservice lunch van vandaag. Na wat zoeken en geklooi met stekkertjes vult mijn iPodje de hotelkamer met de dreigende klanken van Mozarts Requiem. Hier gaat voorlopig nog niemand dood dus hebben we even de tijd om een kort kattebelletje te pennen over onze tussenlanding in Tikal, nu alweer een maand geleden.

De bewuste ochtend begint zoals alle anderen. Een paar minuten voor de wekker wordt ik wakker en krabbend onder mijn kroonjuwelen strompel ik naar de badkamer. De koude groen-marmeren tegels onder mijn blote voeten brengen me langzaam terug naar de hardvochtige werkelijkheid van het navigators leven en ik neem peinzend plaats voor de toiletpot, type golfslagbad. Ik heb de zaak nog niet behoorlijk in stelling gebracht of de wekker explodeert. Een schreeuwende Spaanse snelprater probeert mij met overslaande stem over te halen een abonnement op Tigo aan te schaffen, en wel onmiddellijk want nu korting en morgen niet meer. Mijn nek brekend over een paar schoenen die iemand hier weer heeft laten slingeren snel ik terug de kamer in om een einde te maken aan deze wrede pijniging van mijn nog zo gevoelige gehoor. Het heerlijke van herrie is de zalige opluchting als het ophoudt. Met een nog wat wazig hoofd hervat ik de werkzaamheden in de badkamer. Onder de hete douche spoelt de nacht in warme druppels van me af. Dat klinkt overigens makkelijker dan het is. De door kalkaanslag half verstopte douchekop in dit prinsessenhotel spuit naar alle kanten zijn water. De muren, het plafond en het douchegordijn zijn favoriete doelwitten. Dat er recht voor in de badkuip een rillend lichaam verwachtingsvol heeft plaats gevat maakt geen indruk op het verkalkte stuk chroom. Het vereist daarom behoorlijk wat acrobatiek om een zodanige plaats en houding in te nemen in de spekgladde badkuip dat je zoveel mogelijk warm water opvangt, hetzij direct uit de douchekop of indirect via het plafond. In mijn vorige kamer heb ik eens geprobeerd de aan de muur gemonteerde douchekop iets te verdraaien. Waarmee ik hem direct in mijn hand had en het overblijvend stuk leiding uit de muur een rumoerige straal als uit een tuinslang gaf. Dat was niet echt een verbetering dus dat heb ik verder maar opgegeven. En dan heb ik het nog niet eens over wat er gebeurd als de buurman doortrekt.

Dit hotel is sowieso een beetje apart. De wanden tussen de kamers en naar de gang zijn van karton zodat je liggend in bed (waar gebeurd) de buurman kan horen bidden. Of snurken. Of erger. Bovendien worden op de tweede verdieping regelmatig feestjes georganiseerd. In mijn kamer kon ik dan de feestgangers woordelijk verstaan omdat het geluid uit het zaaltje als in een kerk doorgalmde tot in de gangen van de hele verdieping. Alsof ze voor je deur staan, die dronken lorren. Een knap staaltje akoestiek ruimteontwerp, dat moet ik dan wel weer toegeven. Maar die feestjes gingen soms door tot drie uur ‘s ochtends, dus ben ik al vrij in het begin van mijn verblijf hier een verdieping hoger gaan wonen. Daarmee heb ik minder last van de feestjes, maar het blijft gehorig tot op het belachelijke af. Zo lag ik eens in bed te lezen, toen ik twee bekende stemmen naderbij hoorde komen. Teemu, de Finse nog-nat-achter-de-oren GPS wizzkid ging naar zijn kamer schuin tegenover die van mij. Deze avond was hij niet alleen. Met hem was ook Steve, de navigator uit Zuid-Afrika die normaal gesproken op de vierde verdieping woont. Steve, poepstamper uit overtuiging en die nacht weer eens straalbezopen declameerde met schrille stem zijn onvoorwaardelijke liefde aan Teemu. Blijkbaar was er deze avond onder leiding van Finlandia Vodka een pijnlijk misverstand ontstaan, want Steve ging mee in Teemu’s kamer en was eigenlijk niet van plan daar vóór het ontbijt weer uit te komen. Arme fragiele Teemu dacht daar wat anders over. Je hebt tenslotte maar één sluitspier en zoals ik uit het gesprek begreep wilde Teemu die van hem vooralsnog alleen gebruiken zoals Onze Lieve Heer bedoeld heeft: Eenrichtingsverkeer.  Er ontspon zich een hilarische woordenwisseling waarbij Teemu’s trefwoorden ‘vergissing’ , ‘excuses’ en ‘misverstand’ waren. Steve gaf zich niet zomaar gewonnen en gooide al zijn charmes in de strijd teneinde deze schone jongeling alsnog te mogen bezitten, opperde op een bepaald moment zelfs met overslaande tong dat alle begin moeilijk en soms verwarrend was. Hikkend van de lach probeerde ik me zo stil mogelijk te houden. Gehorigheid gaat immers beide kanten op en voor je het weet heb je een dronken zuid-afrikaanse navigator op je kamer. Na een dik half uur pas erkende Steve zijn Waterloo en droop af naar zijn eigen kamer. Nou ja, ik wil maar zeggen, het leven tussen kartonnen muren valt af en toe niet mee. Als je in dit hotel ergens op een deur klopt wordt er in de hele gang open gedaan. Maar voor de rest is het hier best te doen. I’ve had worse.

We zijn dus nog steeds in de ochtend, en ik vrees dat dit kattebelletje iets langer gaat worden dan gepland. Tijd om aan te kleden en met nog schorre slaapstem vanachter mijn Appeltje wat noodzakelijke telefoongesprekken te voeren met Nederlanders die zo langzamerhand alweer aan de thuistocht beginnen te denken. Tijdsverschil zuigt grote tijd. Op het internet kijk ik naar de satellietfoto die heel close-up de wolkensituatie laat zien, ‘s nachts in infrarood, overdag in zichtbaar licht. Een door God en de Amerikanen gegeven geschenk voor ons werk hier. Voor geinteresseerden staat de link onderaan deze email. Bij de twee pijlen de meest actieve vulkanen, want daar is deze foto eigenlijk voor bedoeld. Vandaag bekijk ik hem en schrik me een ongeluk. Het hele noorden, normaal gesproken onder een dik wolkenpak, ligt nu volledig open. Dat betekent maar 1 ding: Vandaag gaan we KNALLEN !

Aan de deurknop hang ik het ‘Niet Storen’ label. Na het ontbijt kom ik hier nog terug, en dan wil ik op het toilet rustig mijn dingetje kunnen doen zonder steeds mijn voeten op te moeten tillen om de zwabber van de schoonmaakster vrije doorgang te verlenen.  Beneden in de ontbijtzaal is het druk. Eens in de twee weken stroomt dit hotel vol met hele kuddes Franse toeristen. Iain, de Engelse piloot van de ‘concurrent’ heeft al een plekje in de hoek gevonden waar wij veteranen gewoon ons broodje kunnen eten en ons een beetje af kunnen sluiten van de buideltasjes en bloemenshirts van de Franse Neckermann invasie. Het ontbijt is karig. Twee keer per week ‘mogen’ we kosteloos een omelet bestellen. Alle andere dagen is het armoe, met wat bruin of wit brood en het absolute minimum aan beleg. Ach, het went.

Na het ontbijt ga ik wat nerveuzer dan andere dagen mijn spullen pakken en voltooi de taak waarvoor ik het ‘niet storen’ bordje had opgehangen. Beneden blijkt onze chauffeur Rodolfo weer eens te laat, wat Steve de kans geeft op zijn laptop de laatste update van de satelliet foto te checken. Zelfs beter dan vanochtend ! Wauw. Vandaag moesten we maar eens niet langs kantoor, maar direct naar het vliegveld. Tijdens het indienen van het vliegplan maken we de afspraak dat de Turbo Commander, zo’n 30 knopen sneller dan onze Cessna, eerst in het noorden gaat kijken, en ons waarschuwt als het echt zo mooi is als op de satelliet. Wij zullen in een zuidelijker blok beginnen.

De take-off, wanneer je je door alle spraakverwarringen van ‘ground’ en ‘tower’ hebt heen gewerkt is altijd apart. Dit vliegveld ligt zo’n beetje midden in de stad, en je vertrekt dus direct over downtown Guatemala. Om je heen zie je direct de vulkanen, vandaag zonder wolken om de toppen. Verder weg in het zuidwesten eentje met een rookpluim erop. Na verloop van tijd wen je er wel aan, moet ik enigszins snobistisch toegeven. Maar het vliegen hier blijft mooi. Heel erg mooi. Vandaag is de Commander eerder weg dan ons. Zij klimmen direct weg naar het noorden, wij gaan het in blok 6 proberen, net ten noordoosten van de stad.  Wanneer we door de 10,000 voet klimmen gaan de zuurstofmaskers op, en die zullen we pas over een uur of vier, vijf weer afzetten. Ook daar wen je aan, al zal ik er nooit van gaan houden. Slechts in het geval van een gaslek, Robbie heeft daar nog wel eens last van, is zo’n masker met pure zuurstof een geschenk uit de hemel. Ik geef Robbie maar eens zo’n vac-u-vin kado. Misschien helpt dat. Aanbrengen, vacuum trekken, klaar. Steve mag het doen.

Drie kwartier later zijn we al druk aan het werk als via de radio Steve meldt dat inderdaad het hele noorden openligt. We maken onze run nog af, maar drukken dan ook de neus naar het noorden. Dit gedeelte van het land moet je pakken als het kan. Bovendien zijn het heerlijk lange runs op relatief lage hoogte, waardoor je lekker veel productie kunt maken. Onderweg gaat het hooggebergte over in laagvlakte met curieus ogende heuveltjes. Net kleine mierenhoopjes die geheel zijn begroeid  met jungle. Steve meldt dat hij zich met de Commander in blok 8 heeft genesteld, dus vliegen we 1000 voet over hem heen naar het uiterste noorden van het land waar blok 9 begint. Dit blok bestrijkt de hele noordkant van het land, en de runs die we vliegen lopen van oost naar west, 200 kilometer lang van Belize naar Mexico en weer terug. En inderdaad is er geen wolkje te zien. Dit is heaven voor een luchtfotograaf. Per run pakken we 170 opnamen in 35 minuten. Vandaag gaan we het dagrecord verbeteren, dat is zeker. In het begin van het project hadden we grote problemen om de grens met Mexico te overschrijden, een noodzaak om van de ene run op de andere te kunnen draaien. Sindsdien hebben we een officieel papier bij ons met een heel lang nummer erop en zijn alle problemen voorbij. In Belize hebben ze al helemaal geen problemen met ons. Je doet maar, aldus de controller op Belize Radar. Alles gaat dus voor de wind vandaag en langzaam maar zeker tellen de opnamen bij elkaar op. Beneden ons is het beeld vrij homogeen. Bomen. Veel bomen. Een aaneengesloten jungle met af en toe de vage contouren van een riviertje of een weggetje. Maar meestal alleen maar oerwoud. De houtkappers zijn hier, in tegenstelling tot het midden en zuiden van Guatemala nog niet actief geweest. Vliegend over dit mooie land is het van tijd tot tijd best triest om te zien hoeveel jungle hier al is verdwenen, en hoe weinig er nog maar over is. Maar ja, vertel dat maar eens tegen een boer hier beneden die gewoon aan het vreten moet blijven. Een schijnbaar niet op te lossen conflict tussen armoede en natuurbescherming.

Van Belize naar Mexico , van Mexico weer terug naar Belize. Of we even internationaal bezig zijn vandaag. Uit verveling kijk ik veel door het vizier naar beneden ook al is dat in deze omstandigheden niet echt nodig. Ik zoek tekenen van beschaving maar vind die slechts zeer sporadisch. Het is apart je te realiseren dat recht onder ons half Burger’s Dierenpark rondstapt, kruipt, vliegt, zwemt of van tak naar tak slingert.  Nog eens wat anders dan de Veluwe, waar het enig loslopend wild door vader en moeder begeleidt wordt op de zondagmiddag en de rest keurig aangelijnd is. Zoals dat hoort.

Na vier runs zit onze tijd er al weer op en begint Robbie wat nerveus op de brandstofmetertjes te tikken. We hebben niet genoeg meer om terug naar Guatemala City te vliegen besluiten dus om op Tikal te landen. Daar hopen we snel te kunnen tanken en wellicht op de terugweg nog wat extra fotootjes te kunnen pakken, al laat de slinkende zuurstof voorraad geen al te uitbundige capriolen meer toe. In de landing bereken ik dat we met 831 opnamen inderdaad ons oude dagrecord hebben gebroken. Yes !

Hoe lager we dalen hoe warmer het wordt. Van Guatemala City waren we de relatieve koelte gewend op 6000 voet, maar Tikal ligt op zeeniveau, midden in de jungle. En dat laat zich merken. Niet alleen kruipt de temperatuur richting 35 graden, ook de luchtvochtigheid neemt voelbaar toe. We zitten hier in de tropen en dat zullen we weten ook. Op final approach gaat de sweater uit en als we eenmaal geland zijn parelen de zweetdruppels in colonne van mijn hoofd. De marshaller, het ventje met de zwaaiende stokjes, staat ons al op te wachten en wijst ons een parkeerplaats op het verder vrij uitgestorven platform. In gebroken Spaans vraag ik hem om combustible , en door zijn antwoord dat ik slechts half begrijp bekruipt me al een beetje een gevoel van argwaan.  Hij bonjourt ons naar een klein rommelig kantoortje wat later het Officina de Traffico blijkt te zijn. Daar hebben ze wel een airco maar geen personeel dat Engels spreekt. En dus strompel ik verder in mijn beste steenkolen Spaans. Het blijkt dat brandstof alleen bij de militairen te krijgen is, maar die kan hij nog even niet bereiken want El Commandante neemt zijn telefoon niet op. Ik informeer of ik daar wel met mijn creditcard kan betalen. Zijn schampere reactie was niet helemaal waar ik op gehoopt had. “Only cash” spuit de man achter het bureautje niet zonder trots 50 procent van zijn Engels vocabulaire. Dollars of Quetzales, dat kan allebei wel, ware het niet dat we geen van beiden bij ons hebben. Ik vraag hem of er een bank op het vliegveld is. Wanneer ik tien minuten later door de vertrekhal lopend om me heen kijk begrijp ik waarom hij even moest lachen toen hij antwoord gaf. Geen bank dus. Wel reggae muziek door de luidsprekers. Het is een typisch tropenvliegveld. Overal afgebladderde verf en geimproviseerde oplossingen die een onstuitbaar verval slechts kunnen camoufleren maar niet tegenhouden. De zijkanten van de vertrekhal worden gevormd door een aaneensluiting van wazige reisbureautjes waarvan zo te zien de rentabiliteit al jaren geleden door de tropische grond is gegaan.  Hier en daar loopt een backpacker of amerikaanse toerist te zoeken naar zijn bestemming. En ook hier houden de backpackers zich strikt aan de dresscode. Ik vind het altijd grappig om die mensen te zien. Ik stel me dan zo voor dat ze elke ochtend anderhalf uur voor de spiegel druk in touw zijn om er tot in de puntjes perfect nonchalant uit te zien wanneer ze eenmaal hun hostel verlaten. Loshangende sjaaltjes en minutieus warrig gestyled haar zijn dit jaar de norm.  Maar de meeste zorg wordt nog besteed aan de rugzak zelf. Geen enkel middel wordt geschuwd om deze er zo versleten mogelijk uit te laten zien, ten teken van wereldwijde omzwervingen.  In ganzenpas achter elkaar aan,  met de Lonely Planet in één hand, het verplichte flesje water in de andere.  

De taxi naar het dorp blijkt Victor te heten. Victor heeft een VW busje. Victor heeft ook een glimmende gouden tand en ter etalering dezes een veelvuldige en zeer aanstekelijke lach. Wij stappen bij hem in, en nog geen 100 meter onderweg is het gesprek al weer beland bij het standaard onderwerp. Waar we vandaan komen, maar vooral wat we van de chicas in Guatemala vinden.  Victor weet allerlei goede gelegenheden waar wij deze vraag betreffende eerst gedegen veldonderzoek zouden kunnen doen. We slaan het voor vandaag even af en Victor lijkt enigszins teleurgesteld als we alleen een retourtje Banco Automatico van hem verlangen. Ik zie hem twijfelen aan onze mannelijkheid.

Tikal is een dorp dat zijn bestaansrecht en vliegveld dankt aan de nabijheid van de maya ruines. Daarvan zie je overal foto’s en aanplakbiljetten. De straten doen me een beetje denken aan Cambodja. Stoffig en met allemaal stalletjes langs de kant waar je van alles kunt kopen, met een voorkeur voor felgekleurde plastic tupperware schalen. Zelfs zie je hier veel brommertjes en toektoeks waarmee je je echt in Azie zou kunnen wanen. Het plaatje is helemaal compleet wanneer ik opeens een backpacker op een off-the-road motor voorbij zie crossen. Verdorie, hier zou ik nou best wel eens een paar weken gestationeerd willen zijn. Motortje huren, naar de ruines crossen. Even uit de dieselstank van Guatemala City. Het zal niet zo mogen zijn.  Met een paar minuten staan we bij een bank, waar mijn pasje wederom dienst weigert en ik alweer een beroep moet doen op Robbie’s wereldpas. 2000 quetzales rijker stappen we weer in bij Victor en probeer ik nog even snel zo veel mogelijk van de omgeving in me op te nemen. Mijn cameraatje ligt natuurlijk nog in het vliegtuig.
Vijf minuten later staan we weer voor het vliegveld en moet er betaald worden. 250 quetzales zegt Victor en lacht zijn tanden bloot, de zon geel weerspiegelend in het uitgestalde goud. Blijkbaar spaart Victor voor een tweede want 25 euro is wel heel erg veel voor een ritje van vijf minuten. Ik lach hem uit en bied hem 50 quetzales aan, ruim voldoende lijkt me. Victor veinst belediging, wil toch wel op zijn minst 200 hebben, 100 voor de heen- en honderd voor de terugreis. Ik vraag me af hoe ik zo stom heb kunnen zijn om niet van tevoren een prijs af te spreken. Amateur. Ik besluit hier korte metten mee te maken, vertel hem dat we al maanden in Guatemala zijn en druk hem 100 quetzales in de hand, ik heb toch niks kleiners. Victor lacht zijn tanden weer bloot en schrijft op een briefje zijn telefoonnummer. Voor als we nog eens anderhalf keer teveel willen betalen voor een taxiritje, zie ik hem denken. Een paar weken later krijgen we zonder af te dingen een prijs van 40 quetzales van een andere Victor. Geen gouden tand, zelfde VW busje.

In de vertrekhal is een kleine rommelige cantina met rumoerige plafond propellers en een aardige mama waar we een bakkie koffie doen. En wat een verrassing. Eindelijk een cafe americano zoals ik hem uit Spanje gewend was. Zo sterk dat het glazuur van je tanden springt en je twee uur erna nog loopt te stuiteren. Met een empanada de carne erbij ben ik weer helemaal terug in Vigo.
En dan komt natuurlijk weer de uitdaging om het veld op te komen. De crewpasjes hebben we voor het gemak maar in het vliegtuig gelaten. Bij de gate een meisje in streng uniform dat met verliefde ogen omhoog kijkt en Robbie om zijn boarding pass vraagt. Dat er op het platform verder geen vliegtuig te boarden valt dringt niet meer tot haar door. Het enige dat ze ziet is een grote blonde held met blauwe ogen en een wat onnozel uiterlijk. Ik vertel dat we geen boarding passes hebben, maar dat we wel graag naar ons privado avionetta willen dat op de apron geparkeerd staat. “Pilotos ?” vraagt ze ongelovig, en haar wereld wordt zo mogelijk nog verder ondersteboven gedraaid. Blond, blauwe ogen en ook nog piloot. Het moet niet gekker worden. Robbie heeft gelukkig wel zijn pilot license in zijn zak. Ik heb niks. Ik probeer uit te leggen dat ik geen piloot ben en laat haar ter ondersteuning zien dat ik geen groot horloge bezit. “Navigante por fotografia aeria” probeer ik nog. Maar haar argwaan is gewekt en er dient gebeld te worden. De man aan de andere kant van de lijn bevestigd ons onwaarschijnlijke verhaal en nadat ze Robbie’s license nummer met waterige ogen op een kladje heeft geschreven mogen we doorlopen. Ze twijfelt, maar een telefoonnummer durft ze toch niet te vragen. Vanavond zal ze het zich kwalijk nemen. Ze friemelt wat aan haar jasje.

In het Officina de Traffico wacht ons een vervelende verrassing. Vol trots toon ik het verkregen geld. Maar El Commandante heeft besloten dat er in het kader van de nationale reserve geen brandstof voor ons is. Ik leg uit dat we dan niet terug kunnen naar de hoofdstad. Dat maakt geen indruk. Ik leg uit dat we voor El Gobierno de Guatemala werken. Dat wekt zijn interesse en hij probeert nogmaals el Commandante aan el diente te voelen. Maar deze blijft bij zijn beslissing. Eenmaal uitgevaardigde orders kunnen niet ingetrokken worden. Dat leidt alleen maar tot verwarring bij de troepen. Verdamme. De taalbarriere werkt hier ook niet echt mee. Ik bel Basilio, onze spaans sprekende regelneef en geef de telefoon door aan de onwillige figuur achter het gammele bureautje. Hij geeft hem na een paar minuten verhitte spaanse discussie terug aan mij met een begrijpende blik in de ogen. Nogmaals wordt El Commandante gebeld, en ditmaal gaat deze schoorvoetend overstag. Wat we minimaal nodig hebben om terug te komen?  50 gallon. D’accuerdo. . Maar dan ook geen druppel mas !

Op de militaire apron staat iemand die met zijn armen allerlei bewegingen maakt die hij wel eens op TV heeft gezien van echte marshallers. Wij snappen er niet veel van maar gaan er maar van uit dat hij wil dat we naar hem toekomen. We zien geen fuelpomp, en ook geen fueltruck. Dit wordt interessant. Wanneer we hem bijna van zijn sokken hebben gereden en in onze propellers hebben vermalen zetten we de motoren af en komt hij vriendelijk lachend naar ons toe. Cinquenta  gallones verdad ? Si signor. Avgas verdad ? Si signor, por favor. Met nogal wat moeite trekt hij twee krakende roestige luiken open vlak naast de apron in het gras. Wat we daar beneden zien wekt niet echt vertrouwen. Een paar verroeste buizen en een laag water van een centimeter of dertig. De rubberslang is op diverse plaatsen provisorisch gerepareerd. Ik heb ernstige twijfels of wat er zodirect uit die slang komt uberhaupt brandbaar is. Echt veel keus hebben we niet, en dood moet je toch een keer. Tijdens het pompen moeten wij op een totaal verroeste teller kijken wanneer er 25 gallon per kant is getankt. Het leuke van dit werk is dat je er steeds weer achterkomt dat het nóg gekker kan. “Estamos !” roepen we in koor bij als de 50 rochelend op de teller verschijnt. Hetzij water, hetzij benzine. We zullen het snel genoeg ondervinden.

The Fuel Pump

We worden meegenomen naar de kazerne waar we door een vriendelijke officier worden ontvangen. We krijgen een heel mooi officieel uitziend ontvangstbewijs, maar wisselgeld heeft hij natuurlijk niet. Daarmee heeft hij weer een mooie fooi te pakken, de smiecht. Hij vraagt waar we vandaan komen. Hollanda ?! Zijn gezicht klaart op in een uitbundige lach. Patriek Kloojver !! Campeon del Mundo ! Hollanda !! Met twee duimen omhoog verlaten we zijn kantoortje terwijl we nog meer verspaanste nederlanders voorbij horen komen. Voetbal is internationaal.

Teruglopend naar het vliegtuig zitten er een stuk of wat kleurrijke papegaaien te kwetteren in een struik. This is the tropics. Toch nog een stukje Burger’s Dierenpark in het wild gezien.  Bijna drie uur na onze landing valt Tikal weer onder ons weg. Ons aanvankelijke plan om laag over de maya tempels te rauzen vervalt door gebrek aan benzine. Maar de motoren blijven lopen en een uurtje later zitten we in de approach naar een mistig La Aurora. Tegen de zon in zien we helemaal niks. Robbie voelt zich niet vertrouwd, er zijn hier tenslotte overal bergen in de omgeving. Voorzichtig zetten we de daling in. Hij kijkt af en toe naar mij, maar de taken in dit vliegtuig zijn strikt verdeeld. Jij vliegt, en ik slaap. Met één oog open, dat dan weer wel. Pas een paar mijl uit zien we de landingsbaan waar we recht voor zitten. Goe gedoan jachie. Touchdown op een hazy maar lekker koel Guatemala Airport.  Wanneer we eindelijk van het platform naar de auto lopen is staan de sterren al aan de horizon. Steve heeft wel een tweede vlucht kunnen maken en in totaal 1000 opnamen gemaakt. Een absolute topdag die ik ‘s avonds in bed nog eens rustig doorneem.

Weet je, eigenlijk is het best wel een mooi beroep, dat navigeren.

Groeten !

Don Juan

Share Button

Leave a Reply

Your email address will not be published.