browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

Djibouti, Parel Van Afrika

Posted by on April 15, 2016
Centre Ville Djibouti

Centre Ville Djibouti

Djibouti, December 2008 – Jazeker, de onbetwiste Parel van Afrika. Maar nader onderzoek wijst uit: Het is het hier allemaal ‘net niet’.

We vliegen hier naartoe onder een prachtige sterrenhemel. Onderweg zie ik twee kometen en doe ik voor elk van de twee een mooie wens. Terugkijkend had één van die wensen eigenlijk warm stromend water moeten zijn. Dat heb ik hier al 10 dagen niet gehad en mis ik node. ‘s Ochtends met de slaap nog in de ogen onder een ijskoude douche moeten staan is het toch niet helemaal. Net niet..

Jeroen had me al verteld dat het Sheraton hotel hier bepaald geen weldaad aan luxe was. Ik dacht die knul is verwend zeg. Een Sheraton is een Sheraton, maar dat pakte iets anders uit. De eerste dagen worden we ondergebracht in een kamer op de begane grond. Wat een gribus. Alles is goor en uitgewoond. Niks doet wat het zou moeten doen. De airco klinkt als een oud Russisch vrachtvliegtuig. De badkamer ruikt permanent en doordringend naar oude urine. De TV heeft slechts 1 kanaal, met ruis. De wc doet een prima imitatie van een doorlopende Niagara waterval en de handdoeken zijn rijkelijk voorzien van extra gaten. Daar komt dan nog eens bij dat internet toegang een godsvermogen kost en bovendien de helft van de tijd niet werkt. En dat alles dan voor 130 dollar per nacht. Ik word er niet vrolijk van en al mijn vooroordelen over Afrika worden weer eens bevestigd. Het is het allemaal net niet..
De volgende dag kunnen we na veel klagen, dreigen en onderhandelen met het receptie-opperhoofd worden ondergebracht op de ‘executive’ floor. De zesde verdieping, voor iets meer geld, maar met gratis internet en best een goede schone kamer waar de airco zoemt in plaats van rochelt en waar de TV het ook nog eens doet. Internet is nog steeds traag en haperend, maar doenlijk.

djiboutiplane

Take-Off from Djibouti

Maar het blijft een Afrikaans hotel. Voor een feestje worden bij het zwembad de tafels mooi gemaakt met lakens en kanten randjes. Met het puntje van de tong stevig tussen de ongepoetste tanden zijn daar vier donkere jongens een hele dag mee bezig. Jammer dat de gebruikte lakens her en der grote bruine vlekken vertonen die het geheel een ietwat armoedige aanblik geven. Het is het gewoon…net niet…

Je krijgt ‘s ochtends een uitnodiging onder je deur door geschoven voor een “Happy Hour By The Pool” met gratis drankjes. Datum van het happy hour ? Gisteren….

Je bestelt een hamburger voor de lunch. Je bent 5 minuten bezig om duidelijk te maken dat je geen kaas op je hamburger wilt. Wel ei. Dat snapt-ie. 15 minuten later wordt de hamburger gebracht. Met kaas. Zonder ei.

Bestel een espresso en een cafe normal en je krijgt twee espresso’s. Of twee normale koffie.

Jeroens kamer is al drie dagen niet schoongemaakt. Omdat het meisje nu eenmaal niet alle kamers af kan krijgen in de tijd dat ze per dag werkt. Om dan de volgende dag aan de andere kant van de gang te beginnen, dat is een te hoog gegrepen concept.

Het hotel zit vol met blokhoofden. Een lading Schwarzeneggerts uit de Wehrmacht van de Bundesrepublik Deutschland. Ik heb wat aangepapt met het enige vrouwelijke exemplaar dat ertussen zat, maar ze mocht me niets vertellen over wat ze daar deden. “Dass ist geheim !”. Nou goed dan. Een paar dagen later durft ze me, ondanks de vriendelijke glimlach tijdens ons eerste praatje, zelfs niet meer aan te kijken. Waarschijnlijk ben ik door de oberststurmbahnfuhrert tot Intelligence Risk bestempeld. Of haar blokhoofdvriendje heeft haar eens vermanend toegesproken en haar erop gewezen dat die Hollandische Herr Bean geeneens tatouages heeft. En nog een buikje ook. Er zitten een stuk of tachtig van die ijzerpompers hier.

SMS ontvangen is leuk hier. Een eenmaal ontvangen SMSje uit Nederland komt vijf minuten later nog eens. En nog eens. En nog eens. Na een keer of twintig gaat de frequentie terug naar elk kwartier. Na een halve dag krijg je hetzelfde berichtje elk halfuur. Na een paar dagen houdt het meestal op. Maar dan zijn er wel weer andere berichtjes die het zenuwslopende stokje overnemen.

Ik heb een verlengsnoer nodig. Vanaf het vliegveld stoppen we bij een samenraapsel van golfplaten waar ‘Electronique’ op staat. Wanneer de taxi stopt en ik, bleekneus in pilotenpakkie, richting winkeltje stiefel krijgt de khatkauwende winkeleigenaar een smile op zijn gezicht alsof hij zojuist weekendmiljonair is geworden. Met handen en voeten maak ik duidelijk wat ik nodig heb. Waarmee hij direct de benen neemt, bij zijn moeder het enige verlengsnoer uit de keuken jat, dat in een plastic zakkie frommelt en het mij aanreikt. De prijs ? 5000 franc, een weeksalaris. Ik lach hem uit en loop weg. Daar schrikt hij van. Uiteindelijk koop ik voor 1500 franc een goor tweedehands ding waar de geitenpoep nog aankleeft. Voor 5 keer de aannemelijke prijs. Maar ja, je moet wat…

djiboutikhat

No Khat Allowed

De taxis zijn hier trouwens een avontuur op zich. De chauffeur heeft nagenoeg zonder uitzondering zijn smoel vol groene drab. Khat. Worden ze vrolijk en (helaas ook) overmoedig en soms levensmoe van. Je ziet bijna iedereen hier lopen met zo’n bosje khat in een plastic zakkie. Drugs for the poor and the hopeless. Daar zijn er nogal wat van op dit continent.
Soms draait zo’n ventje dan de sleutel om en start hij de motor. Soms moet hij even uitstappen, de motorkap openen en daaronder een en ander kortsluiten om de motor tot leven te wekken. Soms kun je het portier zonder problemen opendoen. Soms is de hulp van de chauffeur of ruk aan een uitstekend stangetje vereist. Soms heb je gewoon brute kracht nodig. Eenmaal op gang rammelen kostbare zilvervullingen als vanzelf uit je verstandskies. Ramen staan meestal open en zijn bijna nooit te bedienen. Want waar eens de elektrische bediening heeft gezeten gaapt een stoffig gat. Waar ooit de handbediening zat steekt een roestig asje naar buiten. Taximeters zijn een onbekend fenomeen. Als je vraagt wat het gaat kosten is de prijs standaard drie keer teveel. We hebben geleerd om gewoon te geven wat je het waard vindt. En als je dat doet met een ‘ik ben hier al maanden, mij maak je niks wijs’ gezicht dan heb je verder ook geen moeilijkheden.
De taxis rijden bovendien nooit hard. Speedbumps worden stapvoets genomen om te voorkomen dat er al te veel onderdelen op het asfalt terecht komen. Tape en touwtjes helpen hier wat bij. De auto’s zijn doorgaans al een tijdje geleden overleden, de bestuurder soms ook. Maar gelukkig komen ze daar dankzij het lome Afrikaanse tempo pas laat achter.

Zodat de uitzondering de regel overtuigend kan bevestigen zitten we gister ineens in een complete, nette taxi waarvan zelfs de elektrische ramen het doen. Heel onwerkelijk. Maar de meesten lijken zo te zijn weggehaald bij ‘v.d.Buntes Loop- en Sloopauto’s Incorporated BV’. Van binnen zijn ze opgeleukt met schapenvacht op het dashboard en groezelige franje aan het plafond. De stoelen zijn doorgezakt tot aan het chassis en meestal overtrokken met een nooit gewassen hoes waarin zich een rijke verzameling etenswaren, olieproducten en menselijke lichaamsvloeistoffen heeft vermengd met stof, zand en geitenharen. Als ware het een standaard naslagwerk van het Afrikaanse leven.

djiboutimarket

Djibouti Centre Ville Markt

Een bezoekje aan de markt is een sociale aangelegenheid. Al je vrienden ontmoet je hier, zelfs diegenen die je, voor zover je weet, nooit tot je vriendenkring hebt gerekend. Iedereen is een vriend van jou, de bleekneus. Je wordt geacht veel handen te schudden, en vooral een bepaalde route op de markt te kiezen die jou uiteindelijk geheel bij toeval voorbij een winkeltje brengt waar jouw vriend blijkbaar een zakenrelatie heeft. Daarna kan het afdingen gaan beginnen, op alle chinese rommel die je in je handen gedrukt krijgt. Knappe vent die met niks naar buiten gaat. Ik heb een echt Lacoste shirt gekocht voor 3 euro. Devin zal jaloers zijn. Voor de rest is het op de markt vooral uitkijken waar je loopt. Voor je het weet sta je weer een half uur met een stokje geitenpoep van je slippers af te schrapen.

De stad, het Centre Ville is gebouwd op een vuilnisbelt. Ga ik een beetje van uit. Overal ligt huisvuil verspreid over de straten. Soms zie je een vrouwtje in de weer met een bezem. Het biedt een een aandoenlijke aanblik. Alsof Al Gore in de woestijn gaat staan piesen om de verzanding een halt toe te roepen. Heel roerend.

Restaurants waar je zonder buikloop weer uitkomt zijn schaars. Op een avond gaan we op zoek naar een Indisch restaurant dat een goede recentie op internet heeft staan (veldwerk is koning hier). De eerste keer faalt dat jammerlijk. Hoewel de taxi chauffeur zeer beslist bevestigt dat hij de ‘Rue de Brazzaville’ wel weet te vinden verraadt zijn wazige blik en zacht gemompel bij aankomst in het centrum iets anders. Een zoektocht te voet levert behalve bezwete oksels niet veel op. De volgende dag met een andere chauffeur meer geluk. Die levert ons direct voor het etablissement af.
De ingang is aangelegd langs slapende zwerfhonden, hopen huisvuil, een paar khat kauwende locals formaat Anorexia en een afgedankte wasmachine. Een van de khatkauwers onderneemt nog een niet overtuigend “Bon soir mon ami…” en heft zijn hand op bij wijze van begroeting, maar we gaan onze vriend geen geld geven. Dankzij de toch positieve internet recentie zetten we onze zoektocht naar de ingang voort en eenmaal binnen blijkt het alleszins mee te vallen. Weliswaar staan er nauwelijks Indische gerechten op het groezelige menu, er zitten aan een tafeltje verderop een groep mede-westerlingen. Dat wekt vertrouwen. Zo komt er een kwartiertje na ons een ouder koppel binnen. De vrouw is na het overwinnen van de weinig vertrouwen wekkende entree zo opgelucht ons witmensen te zien dat ze ons begroet alsof we oude vrienden zijn. Komisch na?

Krabbetje !

Krabbetje !

Wat wel weer leuk is aan Djibouti is de zee. Voor het hotel ligt een soort van ondiepte die bij eb voor een groot gedeelte droog komt te staan. Of semi-droog. In duizenden poeltjes wacht van alles op de volgende vloed. We hebben al hele mooie schelpdieren gezien, zeeëgels, zeesterren, koralen, krabbetjes in alle soorten en maten, en vooral heel veel torenslakjes. Ook de heremiet kreeftjes zijn grappig om te zien. Loop je over het strand, liggen daar allemaal schelpjes die, als je dichterbij komt, zichzelf oppakken en het op een lopen zetten. De eerste keer wist ik even niet wat er nu gebeurde met mijn toch nuchtere gestel.

Morgen, als de foto’s aan het processen zijn, gaan we eens kijken of we niet een paar dirtbikes kunnen huren. Dan kunnen we iets meer van de omgeving zien. En dan wordt het misschien toch nog leuk !! Eerst maar eens een lekkere koude douche nemen.

Zoals ik al zei, het is het allemaal .. nèt niet…

Share Button

Leave a Reply

Your email address will not be published.